Fiscount Kwartaalupdate - Nr. 1
23 februari 2026
Tips voor de ondernemer
- Aanpak schijnzelfstandigheid in het Coalitieakkoord
- Deels toch zachte handhaving bij schijnzelfstandigheid
- Tref energiebesparende maatregelen aan je bedrijfspand
- Tijdig S&O-uren 2025 doorgeven
- Meld tijdig wijziging bij deelnemers fiscale eenheid
- Subsidieloket voor schone bouw binnenkort open
Tips voor de DGA
- Hoge belastingrente vennootschapsbelasting gehalveerd
- Registreer UBO-gegevens en voorkom boetes
Tips voor werkgevers en werknemers
- Youngtimerregeling versoberd
- Vrijgestelde bedragen binnenlandse dienstreizen CAO Rijk 2026
Lage Aof-premie kleine werkgevers
- Verkeersboetes onbelast vergoeden – mag dat?
- Tijdig S&O-uren doorgeven
- Indienstneming mensen met een arbeidsbeperking vereenvoudigd
- Enkele maatregelen uit het Coalitieakkoord
Tips voor elke belastingbetaler
- Nieuwe box-3-stelsel alweer onder het mes?
- Laat je WOZ-beschikking controleren
- Alimentatie geïndexeerd
- Dien tijdig schenkingsaangifte 2025 in
- Is verhuur met korte duur nog mogelijk?
Ondernemers
Aanpak schijnzelfstandigheid in het Coalitieakkoord
Het nieuwe kabinet-Jetten heeft in het Coalitieakkoord het voorgenomen beleid bekendgemaakt voor zelfstandigen. Het kabinet wil delen van de twee voorstellen die er nu zijn om schijnzelfstandigheid tegen te gaan (de Zelfstandigenwet en de Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, Vbar) samenvoegen. Uit de wet Vbar wil het kabinet het deel dat over het rechtsvermoeden gaat overbrengen naar een apart wetsvoorstel. Kortgezegd komt dit erop neer dat bij een uurtarief van € 36 of minder ervan wordt uitgegaan dat de arbeid in dienstbetrekking is verricht, tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Voor het overige wordt voor de criteria voor het zelfstandig ondernemerschap aangesloten bij de Zelfstandigenwet. Die wet beoordeelt de werkrelatie aan de hand van een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets. Bij de zelfstandigentoets wordt beoordeeld of de persoon die het werk uitvoert zich in het economisch verkeer als zelfstandige gedraagt. Daarbij wordt ook gekeken naar toereikende voorzieningen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid. Bij de werkrelatietoets wordt beoordeeld of de opdrachtnemer de werkzaamheden zelfstandig kan uitvoeren. Hierbij zijn van belang de wil van partijen, de vrijheid om de werkwijze en werktijden zelf te bepalen en of de opdrachtnemer een ondergeschikte positie heeft in de organisatie van de opdrachtgever. Kan de werkrelatie beide toetsen doorstaan, dan is er sprake van zelfstandig ondernemerschap.
Deels toch zachte handhaving bij schijnzelfstandigheid
De zogenoemde ‘zachte landing’ die de Belastingdienst hanteert bij de handhaving op schijnzelfstandigheid is op aandringen van de nieuwe Tweede Kamer toch deels verlengd. Daardoor blijft een bedrijfsbezoek het startpunt bij de handhaving. De Belastingdienst gaat daarbij eerst in gesprek met de opdrachtgever over de inhuur van zzp’ers. Tijdens dit gesprek wordt de opdrachtgever er zo nodig op gewezen aandacht te hebben voor de kwalificatie van de arbeidsrelaties en mogelijke risico’s van schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst kan er dan voor kiezen om nog geen boekenonderzoek te starten, waardoor de opdrachtgever dus als het ware eerst wordt gewaarschuwd en in de gelegenheid wordt gesteld om verbeteringen door te voeren. Komt er wel een boekenonderzoek? Dan kan de Belastingdienst kiezen voor een onderzoek over een kalenderjaar of over een recent aangiftetijdvak.
Geen verzuimboete – wél vergrijpboete
Daarnaast worden er ook in 2026 geen verzuimboetes opgelegd in het kader van de handhaving op schijnzelfstandigheid. In 2026 kunnen er wél vergrijpboetes worden opgelegd aan opdrachtgevers en zelfstandigen in gevallen van opzet of grove schuld. Ook blijft het voor de Belastingdienst mogelijk om over de periode vanaf 1 januari 2025 naheffingsaanslagen op te leggen.
Let op
Goedgekeurde lopende modelovereenkomsten worden nog geëerbiedigd tot eind 2029. Dit betekent dat opdrachtgevers nog tot 2030 gevrijwaard zijn van naheffing van loonheffingen als ze daadwerkelijk werken volgens de goedgekeurde modelovereenkomst.
Tref energiebesparende maatregelen aan je bedrijfspand
Als eigenaar van een bedrijfspand ben je sinds 2023 verplicht om energiebesparende maatregelen te treffen als je bedrijfslocatie jaarlijks meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas (of iets gelijkwaardigs) verbruikt. Het gaat hier om het verplicht doorvoeren van alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Denk hierbij aan isolatie (van dak, spouwmuren, vloer, leidingen en apparatuur), LED-verlichting, zonnepanelen, ventilatie en temperatuurregeling. De RVO beheert een lijst met de exacte maatregelen die per bedrijfstak gelden en met welke terugverdientijd.
Let op
Voor energiebesparende investeringen zijn verschillende subsidies en fiscale voordelen beschikbaar. Denk aan de Energie-investeringsaftrek (EIA) en de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) voor zakelijke gebruikers.
Handhaving
De lokale Omgevingsdienst kan een controle uitvoeren op de naleving van deze verplichting en hieraan gevolgen verbinden. Als bij een controle is vastgesteld dat je energiebesparende maatregelen moet treffen, ontvang je hierover een brief. De maatregelen moeten binnen zes maanden na de verzenddatum van de betreffende brief zijn doorgevoerd. Ben je van mening dat deze termijn niet haalbaar is? Dan kan je binnen een termijn van vier weken na de verzenddatum van de betreffende brief een plan van aanpak indienen bij de Omgevingsdienst. In dit plan van aanpak moet je aangeven binnen welke termijn een maatregel alsnog wordt doorgevoerd. De Omgevingsdienst beoordeelt of hiermee kan worden ingestemd. Ga je niet tot actie over binnen de gestelde termijn, dan kan een dwangsomtraject worden opgestart.
Huurder op de hoogte
Verhuur je het bedrijfspand en voldoe je niet aan je verplichtingen? In dat geval ontvangt de huurder ook een afschrift van de brief van de Omgevingsdienst. Deze ontwikkeling kan immers ook gevolgen hebben voor zijn of haar bedrijfsuitoefening. Denk bijvoorbeeld aan het (tijdelijk) stilleggen van de werkzaamheden in verband met de uit te voeren werkzaamheden.
Tijdig S&O-uren 2025 doorgeven
Heb je als ondernemer zonder personeel (je hebt geen loonheffingennummer) in 2025 gebruikgemaakt van de regeling speur- en ontwikkelingswerk (S&O-werk) voor jouw innovatieve investeringen? Dan kom je mogelijk voor de S&O-aftrek in aanmerking. Deze aftrek bedroeg voor 2025 maximaal € 15.738, verhoogd met € 7.875 als je een starter was. Je moet in 2025 wel aan het urencriterium hebben voldaan. Dat wil zeggen dat je in beginsel minimaal 1.225 uren hebt besteed aan je onderneming. Daarbij heb je ten minste 500 uur besteed aan speur- en ontwikkelingswerk, waarvoor de RVO een S&O-verklaring heeft afgegeven. Heb je feitelijk minder dan 500 S&O-uren gerealiseerd? Dan moet je dit uiterlijk 31 maart 2026 doorgeven via het eLoket van de RVO. Als je de S&O-uren niet tijdig hebt doorgegeven, krijg je eerst een herinnering. Geef je ook daarna de gerealiseerde S&O-uren niet op aan de RVO, dan wordt ervan uitgegaan dat je geen S&O-uren hebt gerealiseerd. Je moet dan de S&O-aftrek terugbetalen, verhoogd met een boete.
Meld tijdig wijziging bij deelnemers fiscale eenheid
Neem je deel aan een fiscale eenheid voor de omzetbelasting? Weet dan dat een wijziging bij een van de deelnemers schriftelijkmoet worden gemeld bij de Belastingdienst. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een opheffing of fusie, het toevoegen van een nieuwe deelnemer of de verkoop van aandelen. De wijziging kan betekenen dat de fiscale eenheid ophoudt of doorgaat in een andere samenstelling. Het tijdig schriftelijk melden van een wijziging is met name van belang voor de aansprakelijkheid. Het niet of niet tijdig melden van een wijziging bij een van de deelnemers heeft zowel gevolgen voor een uittredende (rechts)persoon als voor de (rechts)personen die in de fiscale eenheid voor de omzetbelasting blijven:
- een uittredende (rechts)persoon uit een fiscale eenheid voor de omzetbelasting blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schulden van de fiscale eenheid tot het moment van melding bij de inspecteur;
- de (rechts)personen in de fiscale eenheid blijven hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schulden van de uitgetreden (rechts)persoon tot het moment van melding bij de inspecteur.
Let op!
Zolang de wijziging niet schriftelijk wordt doorgegeven aan de inspecteur, blijft de hoofdelijke aansprakelijkheid bestaan. Als de Belastingdienst zelf een wijziging vaststelt, wordt de dagtekening van de beschikking als datum van de melding aangehouden.
Subsidieloket voor schone bouw binnenkort open
Vanaf 3 maart 2026 opent het aanvraagloket voor de Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB). Deze subsidie is bedoeld voor in Nederland gevestigde bouwbedrijven die bouwmaterieel hebben of bouwmaterieel verhuren. Er zijn binnen deze subsidieregeling 3 categorieën te onderscheiden. De SSEB Aanschaf (1) is bedoeld voor de koop of lease van een nieuw emissieloos bouwvoertuig of bouwmachine. De SSEB Retrofit (2) is een subsidie voor het verduurzamen van bestaande bouwwerktuigen. Daarnaast is er de Innovatiesubsidie (3) die bestaat uit 2 onderdelen:
- Haalbaarheidsstudie. Met een haalbaarheidsstudie onderzoek je of je toekomstige project uit te voeren is (als praktijkervaring of als technische ontwikkeling).
- Project experimentele ontwikkeling. Dit gaat om een praktijkervaring of een technische ontwikkeling. Beide verbeteren producten, processen of diensten die niet al vaststaan.
Aanvraagprocedure gewijzigd
Dit jaar is de aanvraagprocedure gewijzigd. De tenderprocedure is vervangen door een ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’-procedure. Het is daarom extra belangrijk om de SSEB-aanvraag vanaf 3 maart a.s. zo snel mogelijk in te dienen.
Let op
Je kunt de SSEB-subsidie niet meer combineren met de milieu-investeringsaftrek.
DGA
Hoge belastingrente vennootschapsbelasting gehalveerd
In de oktoberuitgave 2025 gaven we aan dat er verschillende procedures liepen tegen de forse stijging van het belastingrentepercentage in de vennootschapsbelasting. Een van deze zaken lag toen al bij de Hoge Raad, de hoogste belastingrechter. Inmiddels heeft de Hoge Raad het verlossende woord gesproken en de belastingplichtige in het gelijk gesteld. De procedure betrof de belastingrente in 2022 en 2023, die toen 8% bedroeg. De Hoge Raad heeft beslist dat een belastingrente van 8% veel te hoog is en moet worden gehalveerd. Dat is goed nieuws als jij of jouw adviseur tijdig bezwaar hebt gemaakt tegen de in rekening gebrachte belastingrente over die jaren.
Afhandeling bezwaren
De bezwaren tegen de belastingrente in de aanslagen vennootschapsbelasting zijn aangewezen als zogenoemde ‘massaalbezwaarprocedure’. Daardoor worden deze bezwaren niet individueel afgehandeld maar collectief. Uiterlijk op 26 februari 2026 zal de inspecteur 1 collectieve uitspraak doen op de bezwaren die onder het massaal bezwaar vallen. De uitspraak zal worden gepubliceerd op de website van de Belastingdienst en in de Staatscourant. Zodra de bezwaren zijn afgehandeld bericht de Belastingdienst hierover. Heb jij of je adviseur tijdig bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de belastingrente in de aanslagen vennootschapsbelasting over 2022 en 2023? Dan hoef je niets te doen. Je kunt het bericht van de Belastingdienst afwachten.
Tip
Je bv betaalt belastingrente als achteraf bij het vaststellen van de definitieve aanslag blijkt dat zij vennootschapsbelasting moet bijbetalen. Je kunt dit eenvoudig voorkomen door een reële inschatting te (laten) maken van de verschuldigde vennootschapsbelasting in 2026, zodat de Belastingdienst niet een te lage voorlopige aanslag oplegt aan jouw bv.
Registreer UBO-gegevens en voorkom boetes
In Nederland opgerichte en gevestigde vennootschappen en andere juridische entiteiten moeten de gegevens bijhouden en registreren van uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s: Ultimate Beneficial Owners). Jij als dga van je bv moet dus ook jouw gegevens laten registreren in het UBO-register bij de Kamer van Koophandel. Sinds 1 januari 2026 kan de Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) een bestuurlijke boete opleggen als UBO-gegevens niet juist en volledig zijn geregistreerd. Een overtreding wordt beboet met € 2.750. Bij herhaling wordt de boete verdubbeld naar € 5.500. Bij de volgende herhalingen gaat de boete naar € 11.000, € 22.000 en € 27.500. De DFEI houdt bij het opleggen van de boete wel rekening met de omstandigheden van het geval. Daarbij moet je denken aan financiële draagkracht en de mate van verwijtbaarheid.
Werkgevers en werknemers
Youngtimerregeling versoberd
Sinds 1 januari 2026 geldt voor het privégebruik van terbeschikkinggestelde auto’s jonger dan 16 jaar een bijtelling van 22% of 25% van de cataloguswaarde. Vanaf het moment dat een auto 16 jaar is, wordt de bijtelling 35% van de waarde in het economisch verkeer (de youngtimerregeling). Tot 1 januari 2026 was een terbeschikkinggestelde auto een youngtimer vanaf 15 jaar oud.
Voor youngtimers die in 2025 ter beschikking zijn gesteld en in 2026 16 jaar oud worden, is een overgangsregeling getroffen. Deze auto’s mogen tot 1 januari 2027 onder de youngtimerregeling blijven vallen. Vanaf 2027 wordt de leeftijdsgrens van een youngtimer overigens verder verhoogd van 16 naar 25 jaar.
Vrijgestelde bedragen binnenlandse dienstreizen CAO Rijk 2026
De vergoedingsbedragen voor verblijfskosten voor binnenlandse dienstreizen zijn per 1 januari 2026 gewijzigd. De verblijfskostenvergoedingen van ambtenaren op dienstreis zijn geregeld in de CAO Rijk. Ben je als werkgever níet gebonden aan de CAO Rijk? Dan kun je deze vergoedingen toch onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde fiscale gevolgen toekennen aan je werknemers. Mits deze werknemers vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeren als ambtenaren op dienstreis. Je kunt een deel van de vergoeding voor binnenlandse dienstreizen aanwijzen als gericht vrijgesteld eindheffingsbestanddeel.
Maakt de werknemer een binnenlandse dienstreis? Dan mag je, naast de reiskostenvergoeding, ook een gericht vrijgestelde vergoeding voor noodzakelijke verblijfskosten geven. De dienstreis moet dan wel aan de volgende twee voorwaarden voldoen: 1) de dienstreis duurt ten minste 4 uur; én 2) de bestemming ligt in een andere gemeente of minstens 1 kilometer van de eigen werklocatie vandaan.
Vergoedingen
De werknemer kan in 2026 de volgende vergoedingen krijgen voor de kosten van verblijf:
|
Onderdeel van de dienstreis |
Vergoeding bruto |
Gericht vrijgesteld |
aanvullende voorwaarden |
|
Kleine uitgaven overdag |
€ 7,35 |
€ 6,56 |
geen |
|
Kleine uitgaven ’s avonds |
€ 21,92 |
€ 13,12 |
aansluitend op overnachting vanwege de dienstreis |
|
Logies |
€ 164,52 |
€ 162,74 |
per overnachting |
|
Ontbijt |
€ 16,07 |
€ 16,07 |
na overnachting vanwege dienstreis |
|
Lunch |
€ 22,19 |
€ 12,97 |
binnen de dienstreis tussen 12.00 tot 14.00 uur |
|
Avondmaaltijd |
€ 33,57 |
€ 32,56 |
binnen de dienstreis tussen 18.00 en 21.00 uur |
Behalve voor de kleine uitgaven overdag en in de avond geldt als voorwaarde voor de vergoeding dat de werknemer daarvoor kosten heeft gemaakt in een gelegenheid die daarvoor bedoeld is. Vergoed je meer dan deze bedragen? Dan kun je het bovenmatige deel van de vergoeding tot het loon van de werknemer rekenen of aanwijzen als eindheffingsloon.
Lage Aof-premie kleine werkgevers
Een kleine werkgever betaalt een lage premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en een middelgrote en grote werkgever een hoge premie. Je bent in het premiejaar 2026 een kleine werkgever als je premieloon over 2024 niet meer bedraagt dan € 1.082.500. Het verschil tussen de hoge en lage premie mag niet meer dan 2% bedragen. De lage premie is iets verlaagd van 6,28% in 2025 naar 6,27% in 2026. Ook de hoge premie is verlaagd en wel van 7,64% naar 7,63%.
In het Coalitieakkoord van het nieuwe kabinet-Jetten wordt voorgesteld om een ‘vrijheidsbijdrage’ in te voeren voor burgers en bedrijven. Als dit voornemen een feit wordt, ga je deze bijdrage als werkgever betalen door een verhoging van de Aof-premie.
Let op
Ben je een startende werkgever? Dan word je tijdens de eerste twee jaar als een kleine werkgever aangemerkt en betaal je dus de lage Aof-premie.
Verkeersboetes onbelast vergoeden – mag dat?
Je kunt er als werkgever soms voor kiezen om een verkeersboete aan een werknemer te vergoeden. Bijvoorbeeld als een werknemer voor een spoedopdracht zo snel mogelijk bij een klant moet zijn en daarbij een snelheidsovertreding begaat. Maar is die vergoeding dan onbelast? En maakt het uit of de werknemer met zijn eigen auto reed of met een auto die jij hem ter beschikking hebt gesteld?
Als de werknemer met zijn eigen auto reed, kun je hem/haar geen onbelaste vergoeding betalen. Er is namelijk sprake van loon voor de werknemer, dat je niet kunt aanwijzen als eindheffingsloon. Een verkeersboete is verplicht werknemersloon.
En met de auto van de zaak?
Reed de werknemer in een auto van de zaak toen hij de overtreding beging? In dat geval wordt de boete opgelegd aan de kentekenhouder, aan jou als werkgever of aan de leasemaatschappij. Of er dan sprake is van loon, hangt af van de vraag of je de boete kunt verhalen op de werknemer. In de meeste gevallen is dat het geval. Verhalen kan alleen niet als de werknemer de overtreding beging in jouw opdracht. De werknemer is bijvoorbeeld op jouw verzoek of onder druk van jou als werkgever harder gaan rijden om verloren tijd in te halen. Mag je de boete niet verhalen op de werknemer, dan is geen sprake van loon voor de werknemer.
Verplicht werknemersloon?
Mag je de boete op de werknemer verhalen – maar doe je dat niet? Dan is sprake van een voordeel en loon voor de werknemer. Je hebt dan de keuze om dit bij de werknemer te belasten of aan te wijzen als eindheffingsloon en onder de werkkostenregeling te laten vallen. Er is in dit geval dus géén sprake van verplicht werknemersloon. Het is ook niet ongebruikelijk dat je de belasting over een verhaalbare boete voor jouw rekening neemt. Als je kiest voor eindheffingsloon, komt dit ten laste van jouw vrije ruimte. Bij overschrijding betaal je 80% eindheffing.
Tijdig S&O-uren doorgeven
Heb je als werkgever in 2025 gebruikgemaakt van de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)? In dat geval kreeg je een afdrachtvermindering op de af te dragen loonheffing. Je moet dan nog wel uiterlijk op 31 maart 2026 het aantal gerealiseerde S&O-uren over 2025 opgeven via het eLoket van de RVO. Heb je bij de eerste aanvraag niet voor het forfait gekozen maar voor de werkelijke S&O-kosten en -uitgaven? Dan moet je ook de werkelijke kosten en uitgaven melden bij de RVO. De gerealiseerde gegevens over 2025 moet je ook doorgeven als je wel een S&O-verklaring hebt, maar geen of minder S&O-uren hebt gerealiseerd dan is vermeld in die verklaring. Het niet opgeven van de S&O-gegevens leidt tot terugbetaling van de afdrachtvermindering, verhoogd met een boete.
Indienstneming mensen met een arbeidsbeperking vereenvoudigd
Sinds 1 januari 2026 is het voor jou als werkgever eenvoudiger en aantrekkelijker geworden om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Zo heb je geen doelgroepverklaring meer nodig voor het loonkostenvoordeel (LKV) banenafspraak (€ 2.000 per jaar per werknemer). Je kunt op basis van het doelgroepregister banenafspraak bepalen of je voor een werknemer in aanmerking komt voor het LKV banenafspraak. Wel blijft het nodig dat je in de aangifte loonheffingen de indicatie aanvinkt voor het LKV banenafspraak. Daarnaast is de 3-jaarstermijn voor dit LKV geschrapt. Het LKV banenafspraak kun je nu benutten zolang de arbeidsbeperkte werknemer in dienst is. Hiermee samenhangend is ook de voorwaarde vervallen dat een werknemer in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum indiensttreding niet bij jou in dienstbetrekking mag zijn geweest.
Enkele maatregelen uit het Coalitieakkoord
In het Coalitieakkoord van het nieuwe kabinet-Jetten staan ook ingrijpende maatregelen met name in de sociale zekerheid. De plannen moeten nog wel verder worden uitgewerkt. Bovendien is het kabinet-Jetten een minderheidskabinet. De voorgenomen maatregelen kunnen slechts doorgang vinden met medewerking van oppositiepartijen. Kortom, het is nog niet zeker of deze plannen de parlementaire eindstreep gaan halen. Daarom beperken we ons tot het noemen van enkele ingrijpende maatregelen.
- Vanaf 2028 wordt de duur van de WW-uitkering verkort tot maximaal 12 maanden en vanaf 2030 gaat de WW-uitkering over de eerste 2 maanden omhoog van 75% naar 80% van het dagloon. Daarnaast wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van 52 weken gewerkt en wordt de opbouw van de WW-rechten teruggebracht tot een halve maand per gewerkt jaar.
- Vanaf 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. Dit betekent dat werknemers met hogere lonen minder uitkering zullen krijgen en dat werkgevers minder premie gaan betalen.
- Vanaf 2030 wordt de IVA-uitkering afgeschaft voor nieuwe gevallen. Mensen die dan al een IVA-uitkering hebben, behouden die uitkering.
- Vanaf 2033 moet de AOW-leeftijd weer 1-op-1 meestijgen met de levensverwachting. Nu is dat nog voor twee derde.
- Vanaf 2028 wordt de transitievergoeding hervormd, zodat deze wordt gebruikt voor de transitie van werk naar werk. Daarnaast zal de compensatie voor de transitievergoeding na 2 jaar ziekte worden afgeschaft voor álle Waarschijnlijk hoeven werkgevers die tijdig en voldoende hebben geïnvesteerd in bij- en omscholing of in re-integratieverplichtingen uit de Wet verbetering Poortwachter geen of minder transitievergoeding te betalen.
Let op
Momenteel ligt er een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer waarin kleine werkgevers recht behouden op compensatie van de transitievergoeding na 2 jaar ziekte. Dit wetsvoorstel zou op 1 juli 2026 in werking moeten treden. Dit lijkt niet haalbaar, aangezien het wetsvoorstel de gehele parlementaire weg nog moet afleggen. Gezien het voornemen van het nieuwe kabinet, is het nu sowieso onzeker of dit wetsvoorstel nog wel wordt ingevoerd. We houden je op de hoogte.
Elke belastingbetaler
Nieuwe box-3-stelsel alweer onder het mes?
Het nieuwe kabinet-Jetten heeft in het Coalitieakkoord onder meer een ingrijpende wijziging aangekondigd in het nieuwe box-3-stelsel dat op 1 januari 2028 in werking moet treden. Volgens dit stelsel worden ook niet-gerealiseerde waardestijgingen van vermogensbestanddelen jaarlijks in de belastingheffing betrokken. Dit is de vermogensaanwasbelasting. Een uitzondering wordt gemaakt voor vastgoed en aandelen in een startup. Die bestanddelen zullen worden belast met een vermogenswinstbelasting. Bij deze belasting vindt de heffing pas plaats als het box-3-vermogensbestanddeel is vervreemd. In dat geval betaal je dus pas belasting zodra je over de liquiditeiten beschikt. Het nieuwe kabinet wil deze vermogenswinstbelasting op termijn ook invoeren voor de andere vermogensbestanddelen in box 3. Hiervoor zal het minderheidskabinet-Jetten wel eerst steun moeten vinden bij oppositiepartijen. Het is dus nog even afwachten of dit voornemen realiteit wordt.
Laat je WOZ-beschikking controleren
Binnenkort valt de WOZ-beschikking 2026 op je (digitale) deurmat. De WOZ-waarde 2026 betreft de waarde van de woning (of het gebouw) op de waardepeildatum 1 januari 2025. Het verdient aanbeveling deze beschikking te (laten) controleren vanwege het grote belang. De WOZ-waarde is immers niet alleen relevant voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting en de schenk- en erfbelasting. Ben je het niet eens met de vastgestelde waarde in de WOZ-beschikking? Dan moet je binnen 6 weken na de dagtekening van de beschikking daartegen bezwaar aantekenen bij jouw gemeente. Is deze termijn verstreken en heb je geen bezwaar gemaakt? Dan zit je weer een jaar vast aan de vastgestelde waarde voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor de andere belastingen.
Let op
Je kunt geen bezwaar aantekenen bij de Belastingdienst!
Alimentatie geïndexeerd
De bedragen voor het levensonderhoud van (ex-)partners en kinderen tot 21 jaar worden jaarlijks geïndexeerd. In de wet is geregeld dat het percentage van de indexatie gelijk moet zijn aan de gemiddelde stijging van de lonen in Nederland in dat jaar. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft daarom de bedragen voor alimentatie per 1 januari 2026 verhoogd met 4,6%. De verplichte jaarlijkse indexatie voorkomt dat alimentatiegerechtigden jaarlijks om een verhoging moeten vragen.
Dien tijdig schenkingsaangifte 2025 in
Heb je van je ouders een eenmalig vrijgestelde schenking ontvangen? Dan moet je – anders dan de woorden wellicht doen vermoeden – hiervoor wel een schenkingsaangifte indienen. Deze eenmalige vrijstelling kun je namelijk alleen benutten als je in de schenkingsaangifte hebt verzocht om toepassing van de vrijstelling. De schenkingsaangifte moet je uiterlijk vóór 1 maart 2026 hebben ingediend. Je logt hiervoor in met je DigiD op MijnBelastingdienst. In 2025 is vrijgesteld een vrij te besteden schenking van maximaal € 32.195 of een extra verhoogde schenking van € 67.064 voor een dure studie. In het laatste geval moet de schenking zijn vastgelegd in een notariële akte.
Let op
Heb je van je ouders in 2025 een niet eenmalig vrijgestelde schenking gehad van meer dan € 6.713? Dan ben je over het meerdere schenkbelasting verschuldigd. Ook dan moet je uiterlijk vóór 1 maart 2026 een schenkingsaangifte indienen.
Is verhuur met korte duur nog mogelijk?
De huurovereenkomst voor onbepaalde duur vormt het uitgangspunt naar de huidige wet- en regelgeving. Toch is verhuur voor korte duur niet helemaal onmogelijk. Belangrijk is om te voorkomen dat je contract kan worden gezien als een manier om de strenge huurregels te omzeilen. Daarvoor is het noodzakelijk dat zowel de feitelijke als de contractuele afspraken passen bij verhuur voor korte duur. Vermeld daarom uitdrukkelijk in de overeenkomst dat het gaat om een huurovereenkomst van naar zijn aard korte duur. Uiteraard moet je hierin ook vastleggen voor welke duur de overeenkomst wordt aangegaan. Daarnaast is het van belang dat je benoemt waarom de huur slechts tijdelijk is. Je kunt bijvoorbeeld opnemen dat het om vakantieverhuur gaat of om een tijdelijk werk- of studieproject. Helemaal mooi zou het zijn wanneer je samenwerkt met werkgevers, onderwijsinstellingen of bedrijven, die gericht zijn op het tijdelijk huisvesten van werknemers of studenten. Uiteraard moet de feitelijke situatie aansluiten bij wat er in de overeenkomst is vastgelegd.
Gevolgen huurder
De huurder kan bij verhuur van korte duur geen aanspraak maken op huurbescherming. Verder is het gebruikelijk dat je het object gemeubileerd verhuurt en dat de huurder geen omkijken heeft naar het onderhoud. Leg daarom vast dat dit voor jouw rekening blijft.
In deze uitgave is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot en met 10 februari 2026. Hoewel ten aanzien van de inhoud de uiterste zorg is nagestreefd, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele (druk)fouten en onvolledigheden. De redactie, de uitgever en de verspreider sluiten bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting kun je altijd contact met ons opnemen.